Contact
Movie Rooster Roosterwijzigingen
Diamant collegeDiamant collegeDiamant collegeDiamant college

Pestprotocol Diamantcollege

VOORAF

Dit is het pestprotocol van het Diamant College.

Enerzijds bevat het richtlijnen bij geconstateerd pestgedrag, anderzijds staan er ook voorwaarden en activiteiten in die pesten kunnen voorkomen. Veel van wat er in dit protocol staat, wordt al toegepast op onze school. Dit protocol is erop gericht om alle medewerkers, leerlingen en ouders op de hoogte te brengen, van wat de school wil doen om het veilige schoolklimaat verder te verbeteren. Het heeft als belangrijkste doel om het vertrouwen van allen te winnen op een gebied waar nog te vaak wantrouwen overheerst. Bij de start in het cursusjaar 2010- 2011 is er vanuit het managementteam  een eerste opzet gemaakt voor een pestprotocol dat gebruikt kan worden op  het DC. Het voorlopige document is in het MT besproken en  ter bespreking en ondertekening voorgelegd aan de verschillende geledingen binnen de school. Het MT heeft de reacties verwerk in het hiervoor liggende definitieve Pestprotocol. Afhankelijk van alle andere ontwikkelingen binnen de school, zal ook het handelen rond pesten zich verder ontwikkelen. In dat geval zal dit protocol aangepast worden. Voor de tekst van dit protocol is gedeeltelijk gebruik gemaakt van de pestprotocollen van andere scholen en van het Nationaal Onderwijsprotocol tegen het pesten.

 

Den Haag , februari 2011
Sean Clancy
directeur Diamant College

PESTEN

Wat is pesten?

We spreken van pesten als dezelfde persoon regelmatig en systematisch bedreigd en geïntimideerd wordt. Pesten is een vorm van geweld en daarmee grens-overschrijdend en zeer bedreigend. Over de redenen waarom mensen zich agressief gedragen, bestaan allerlei theorieën.
Volgens de ene theorie is geweld een onontkoombaar verschijnsel, dat op zijn best op een acceptabele wijze kan worden gekanaliseerd, volgens een andere theorie komt geweld voort uit frustratie en kan dit worden voorkomen door ontevredenheid weg te nemen, de agressie opwekkende omgeving om te vormen en reflectie op het gedrag te stimuleren.

Een klimaat waarin gepest wordt, tast iedereen aan. In een klas waar gepest wordt, kunnen alle leerlingen en docenten slachtoffer worden. Pestgedrag moet dan ook door iedereen serieus worden genomen. Het lastige is dat veel pestgedrag zich in het verborgene afspeelt, zodat het moeilijk is om er greep op te krijgen. En zelfs als het pestgedrag wordt opgemerkt, weten omstanders niet altijd hoe ze ermee om kunnen gaan. Dat is ook de reden van dit pestprotocol. Docenten en onderwijsondersteunend personeel hebben echter een taak (samen met de ouders en de leerlingen zelf) bij het tegengaan van pesten. Leerlingen moeten weten dat ze hulp kunnen krijgen van volwassenen in de school en hierom durven vragen. Volwassenen dienen oog te hebben voor de signalen van leerlingen. Ze dienen interesse te tonen en te luisteren naar wat de leerlingen te vertellen hebben. Voor mentoren betekent dit dat ze groepsgesprekken houden, aandacht hebben voor de groepssfeer en het functioneren van individuele leerlingen in de groep. Ze maken afspraken met de klas en zorgen ervoor dat deze afspraken nagekomen worden.

Hoe wordt er gepest?

Met woorden:

  • vernederen, belachelijk maken
  • schelden
  • dreigen
  • met bijnamen aanspreken
  • gemene briefjes, digitaal pesten

Lichamelijk:

  • trekken aan kleding, duwen en sjorren
  • schoppen en slaan
  • krabben en aan haren trekken
  • wapens gebruiken

Achtervolgen:

  • opjagen en achterna lopen
  • in de val laten lopen, klem zetten of rijden
  • opsluiten

Uitsluiting:

  • doodzwijgen en negeren
  • uitsluiten van feestjes
  • bij groepsopdrachten
  •  

Stelen en vernielen:

  • afpakken van kledingstukken, schooltas, schoolspullen
  • kliederen op boeken
  • banden lek prikken, fiets beschadigen
  •  

Afpersing:

  • dwingen om geld of spullen af te geven
  • het afdwingen om iets voor de pestende leerling te doen.

Tussen plagerij en pesten loopt een diffuse grens, die voor ieder persoonlijk verschillend is. Iedereen is gerechtigd zelf aan te geven wat hij als acceptabel beschouwt.

De gepeste leerling

Sommige leerlingen lopen meer kans gepest te worden dan anderen. Dat kan met hun uiterlijk, gedrag, gevoelens en sociale uitingsvormen te maken hebben. Bovendien worden kinderen pas gepest in situaties, waarin pesters de kans krijgen om een slachtoffer te pakken te nemen, dus in onveilige situaties.
Een kind dat wordt gepest, praat er thuis en op school niet altijd over.

Redenen hiervoor kunnen zijn:

  • schaamte
  • angst dat de ouders met de school of met de pester gaan praten en dat het

      pesten dan nog erger wordt

  • het probleem lijkt onoplosbaar
  • het idee dat het niet mag klikken.

De pester

Pesters zijn vaak de sterkeren in hun groep. Zij zijn of lijken populair maar zijn dat uiteindelijk niet. Ze dwingen hun populariteit af door stoer en onkwetsbaar gedrag. Van binnen zijn ze vaak onzeker en ze proberen zichzelf groter te maken door een ander kleiner te maken. Pesters krijgen vaak andere kinderen mee, want wie meedoet, loopt zelf de minste kans om slachtoffer te worden. Doorgaans voelen pesters zich niet schuldig want het slachtoffer vraagt er in hun ogen immers om om gepest te worden. Daarnaast hebben pesters vaak ook een positieve blik op het gebruik van geweld. Pesten kan een aantal oorzaken hebben:

 Een vaak gevoelde anonimiteit (ik besta niet); als een pester zich verloren voelt binnen een grote groep, kan hij zich belangrijker maken door een  ander omlaag te drukken.

  • Het moeten spelen van een niet-passende rol.
  • Een voortdurende strijd om de macht in de klas.
  • Een niet-democratisch leefmilieu binnen de school; iemand is autoritair en laat op een onprettige wijze blijken dat hij de baas is. Dergelijke spanningen kunnen op een zondebok worden afgereageerd.
  • Een gevoel van incompetentie op school (slechte cijfers of een laag niveau)
  • Een zwak gevoel van autonomie (te weinig zelfstandigheid en verantwoordelijkheid) of juist een te sterk gevoel voor autonomie.
  • Een negatief zelfbeeld, weinig eigenwaarde.
  • Een problematische thuissituatie, negatief voorbeeldgedrag van ouders/verzorgers.

 De meelopers

Meelopers zijn omstanders die incidenteel actief of passief meedoen met het pesten. Dit gebeurt meestal uit angst om zelf in de slachtofferrol terecht te komen, maar het kan ook zo zijn dat meelopers stoer gedrag wel interessant vinden en dat ze denken in populariteit mee te liften met de pester. Verder kunnen leerlingen meelopen uit angst vrienden of vriendinnen te verliezen.
De meeste leerlingen houden zich afzijdig als er wordt gepest. Ze voelen zich wel vaak schuldig over het feit dat ze niet in de bres springen voor het slachtoffer of hulp inschakelen. Het is belangrijk deze leerlingen tot helpers te maken.

 Het aanpakken van pesten

 Pesten is onacceptabel en vraagt om een duidelijke en krachtige reactie vanuit de school. De grote vraag is hoe dat het beste kan en vooral ook hoe we dat gezamenlijk binnen school het beste kunnen aanpakken. Pesten kan grote gevolgen hebben voor de gepeste (onzekerheid, faalangst, depressie, zelfdoding) en de pester (problemen met sociale relaties, positief tegenover het gebruik van geweld, heeft grotere kans in het criminele circuit terecht te komen).

 HET PESTPROTOCOL

Het pestprotocol (zie bijlage 1) vormt de verklaring van de vertegenwoordiging van de school en de ouders waarin is vastgelegd dat we pestgedrag op school niet accepteren en volgens een vooraf bepaalde handelwijze gaan aanpakken.

Uitgangspunten

Een dergelijk protocol kan alleen functioneren als aan bepaalde voorwaarden is voldaan:

1. De school is actief in het scheppen van een veilig, pedagogisch klimaat

    waarbinnen pesten als onacceptabel gedrag wordt ervaren.

2. Pesten moet als een probleem worden gezien door alle direct betrokken partijen;

    docenten, onderwijsondersteunend personeel, ouders en leerlingen. Met het

    ondertekenen van het Nationaal onderwijsprotocol (zie bijlage I) laten alle

    betrokken partijen zien, dat zij bereid zijn tot samenwerking om de problemen

    rond pesten aan te pakken.

3. Docenten en onderwijsondersteunend personeel moeten pesten kunnen         

    signaleren en vervolgens duidelijk stelling nemen tegen het pesten.

4. De school dient te beschikken over een directe aanpak wanneer het pesten de kop

    opsteekt (het pestprotocol).

5. De school ontplooit preventieve (les)activiteiten.

 

De vijfsporenaanpak

Door het ondertekenen van het Nationaal onderwijsprotocol heeft de school zich

verbonden aan de vijfsporenaanpak.

Dit houdt in:

  • De algemene verantwoordelijkheid van de school
  • De school zorgt dat de medewerkers voldoende informatie hebben over het pesten in het algemeen en het aanpakken van pesten.
  • De school werkt aan een goed beleid rond pesten, zodat de veiligheid van leerlingen binnen de school zo optimaal mogelijk is waardoor een klimaat ontstaat waarin pesten bespreekbaar gemaakt kan worden.
  • Alle medewerkers van de school vervullen een voorbeeldfunctie bij het signaleren en tegengaan van pestgedrag.
  • Het bieden van steun aan de jongere die gepest wordt
  • Het probleem wordt serieus genomen.
  • Er wordt uitgezocht wat er precies gebeurd is.
  • Er wordt overlegd over mogelijke oplossingen.
  • Het aanbieden van hulp door de mentor,teamleider, afdeling zorg.
  • Het bieden van steun aan de pester
  • Het confronteren van de jongere met zijn gedrag en de gevolgen hiervan voor de pester.
  • De achterliggende oorzaken boven tafel proberen te krijgen.
  • Wijzen op het gebrek aan empathisch vermogen dat zichtbaar wordt in het gedrag.
  • Het aanbieden van hulp (desnoods verplicht) .
  • De mentor bespreekt met de klas het pesten en benoemt de rol van alle leerlingen en die van de school hierin.
  • Er wordt gesproken over mogelijke oplossingen en wat de klas kan bijdragen aan een verbetering van de situatie. De mentor komt hier in de toekomst op terug.
  • Het bieden van steun aan de ouders
  • Ouders die zich zorgen maken over pesten worden serieus genomen.
  • De school werkt samen met de ouders om het pesten aan te pakken.
  • De school geeft adviezen aan de ouders in het omgaan met hun gepeste of pestende kind.
  • De school verwijst de ouders zo nodig naar deskundige hulpverleners.

De ouders van leerlingen die gepest worden, kunnen er moeite mee hebben, dat hun kind aan zichzelf zou moeten werken. Hun kind wordt gepest en dat moet gewoon

stoppen. Dat klopt, het pesten moet stoppen. Echter een gepest kind wil zich niet alleen veilig voelen op school; het wil ook geaccepteerd worden. Het verlangt ernaar om zich prettig en zelfverzekerder te voelen. Daar kan begeleiding of een (sociale vaardigheids-) training aan bijdragen.

Preventieve maatregelen

1. Elke mentor bespreekt aan het begin van het schooljaar de algemene afspraken

en regels in de klas. Het onderling plagen en pesten wordt hierbij genoemd en

onderscheiden. Tevens bespreekt de mentor in zijn klas het pestprotocol. Ook

wordt duidelijk gesteld dat pesten altijd gemeld moet worden en niet als klikken

maar als hulp bieden of vragen wordt beschouwd.

2. In de leerjaren 1 t/m 3 wordt aandacht besteed aan pesten in één of meerdere

mentorlessen/ leefstijllessen De leerlingen onderschrijven aan het eind van deze les(sen) een aantal samen gemaakte afspraken.

3. Indien een mentor of docent daartoe aanleiding ziet, besteedt hij expliciet

aandacht aan pestgedrag in een groepsgesprek. Hierbij worden de rol van de

pester, het slachtoffer, de meelopers en de stille getuigen benoemd.

4. Van de gesprekken rond pesten worden aantekeningen gemaakt, die door de

mentor  worden bewaard in het leerlingvolgsysteem van zowel de leerling die pest

als van de leerling die gepest wordt.

 

Voorbeeld van een klassikale afspraak “veilig in school”

Ik vind dat iedereen zich veilig moet voelen in school.

Daarom houd ik mij aan de volgende afspraken:

1. Ik accepteer de ander zoals hij is en ik discrimineer niet

2. Ik scheld niet en doe niet mee aan uitlachen en roddelen

3. Ik blijf van de spullen van een ander af

4. Als er ruzie is zoek ik iemand die de ruzie helpt oplossen

5. Ik bedreig niemand, ook niet met woorden of digitaal

6. Ik neem geen wapens of drugs mee naar school

7. Ik gebruik geen geweld, ook geen digitaal geweld

8. Als iemand mij hindert vraag ik hem of haar duidelijk daarmee te stoppen

9. Als dat niet helpt, vraag ik een docent of mijn mentor om hulp

 

HET STAPPENPLAN NA EEN MELDING VAN PESTEN

A. De mentor

1. Wanneer het pesten plaatsvindt in klassenverband, praat de mentor eerst met de

gepeste en later met de pester apart. Een leidraad voor deze gesprekken is te

vinden in bijlage II en III. Vervolgens organiseert de mentor een gesprek tussen

beide leerlingen en probeert tot goede afspraken te komen.

2. De mentor neemt contact op met de ouders van de pester en de gepeste en

betrekt hen bij de oplossing;

3. De mentor bespreekt direct het vervolgtraject indien het pesten zich herhaalt.

4. De mentor praat met de klas. Dit is belangrijk in verband met het herstellen van

de groepssfeer en om te benadrukken welke verantwoordelijkheid ieder groepslid

heeft.

5. Indien het probleem escaleert, meldt de mentor het gedrag aan de teamleider.

Hij overhandigt de teamleider het dossier met daarin de gebeurtenissen

en de afspraken die zijn gemaakt.

6. Indien het probleem escaleert (zie 5) worden de ouders/verzorgers op de hoogte

gesteld en zo nodig betrokken bij het vinden van een oplossing.


B. De teamleider

1. De teamleider kan in onderling overleg, de rol van de

mentor overnemen bij escalatie van het pestgedrag en wanneer het pesten het

klassenverband overstijgt.

2. Hij heeft zo nodig een gesprek met de gepeste en de pester apart of organiseert

direct een gesprek tussen beiden.

3. In het contact met de pester is het doel drieledig, namelijk:

- confronteren (zie bijlage III)

- mogelijke achterliggende problematiek op tafel krijgen

- helderheid geven over het vervolgtraject bij herhaling van pesten.

4. In het contact met de gepeste wordt gekeken of hij bepaald gedrag vertoont,

waardoor hij een gemakkelijk doelwit vormt voor pesters.

5. Hij adviseert zo nodig, zowel aan de pester als de gepeste, hulp op vrijwillige

basis door de counselor.

6. Hij stelt alle betrokken ouders op de hoogte wanneer er sprake is van recidief

gedrag, verzoekt hen om met hun kind te praten en stelt hen op de hoogte van

het vervolgtraject.

7. Hij bespreekt de mogelijkheden tot hulp met de ouders.

8. Hij koppelt alle informatie weer terug naar de mentor.

 

C. Het pestproject

Wanneer de pester opnieuw in pestgedrag vervalt, wordt hij door de school ertoe

verplicht om individueel een programma te volgen. Dit vindt plaats in de eigen tijd en

dus niet tijdens schooltijd. Het doel van dit programma is reflectie en het gevoelig maken van de pester voor wat hij aanricht bij de gepeste leerling. De ouders worden van dit project op de hoogte gesteld en melden aan de school of het programma daadwerkelijk gevolgd wordt.

 

D. Schorsing

Wanneer het verplichte pestproject geen blijvende vruchten afwerpt, volgt er een persoonsgebonden sanctie. Als er ook daarna geen verbetering geconstateerd wordt krijgt de pestende leerling een schorsing, dit in overleg met de directie en leerplicht

 

E. Verwijdering van school

Wanneer de leerling ondanks alle inspanningen van de betrokken partijen koppig blijft volharden in het ongewenste pestgedrag liggen er geen perspectieven meer tot

verandering. De school kan en wil geen verantwoordelijkheid meer nemen voor de

veiligheid van de overige leerlingen. Er rest de school niets anders dan verwijdering.

In overleg met leerplicht en collega’s  wordt er gekeken naar een plek. Indien mogelijk wordt de leerling naar een andere school verwezen.

De taak van docenten

De (vak)docenten hebben vooral een signalerende rol. Wanneer zij pesten waarnemen of redenen hebben om pesten te vermoeden, wordt er van hen verwacht dat zij hierop adequaat reageren en een melding doen bij de mentor om hulp en overleg in gang te zetten.

De rol van de teamleider

a. Hij ondersteunt, in overleg met de zorgcoördinator, waar nodig mentoren en

vakdocenten tijdens de verschillende fasen in het proces

b. Hij biedt, in overleg met de zorgcoördinator, op vrijwillige basis individuele

begeleiding aan de pester en de gepeste.

c. Hij biedt, in overleg met de zorgcoördinator, een sociaal-emotionele training aan.

d. Hij kan waar nodig een inbreng hebben tijdens de mentorlessen.

e. Hij biedt, in overleg met de zorgcoördinator, kleinere trainingen aan bij specifieke

hulpvragen, zoals bijvoorbeeld een assertiviteitstraining.

 

Bijlage I

NATIONAAL ONDERWIJSPROTOCOL TEGEN PESTEN

Het Nationaal onderwijsprotocol tegen pesten beoogt via samenwerking het probleem van het pestgedrag bij kinderen aan te pakken en daarmee het geluk, het welzijn en de toekomstverwachting van kinderen daadwerkelijk te verbeteren.

De ondertekenaars van dit protocol verklaren het volgende:

  • Pesten is een wezenlijk en groot probleem. Uit onderzoek blijkt dat één op de vier kinderen (330.000) in het basisonderwijs en één op de zestien leerlingen (55.000) in het voortgezet onderwijs slachtoffer zijn van pestgedrag. Pestgedrag is schadelijk tot zeer schadelijk voor kinderen, zowel voor de slachtoffers als voor de pesters. De omvang en zwaarte van het probleem leiden tot de noodzaak van een aanpak door alle opvoeders van jongeren, in het bijzonder door de ouders en door de leerkrachten.
  • Het management van het Diamant College dient, om een passend en afdoend antwoord te vinden op het probleem pesten, uit te gaan van een zo goed mogelijke samenwerking tussen ouders, medewerkers van de school en leerlingen, gebaseerd op afgesproken beleid dat gericht is op deze samenwerking.
  • Alle betrokkenen bij de school (management, medewerkers, leerlingen, ouders) wensen een samenwerking, zoals bedoeld onder 2, ook daadwerkelijk aan te gaan, te stimuleren en levend te houden.
  • De ondertekenaars van dit protocol verbinden zich daarom het volgende te doen:
     • een aanpak via en het werken volgens de ‘vijfsporenaanpak’:
     • het bewust maken en bewust houden van de leerlingen van het bestaan en de zwaarte van het probleem;
     • een gerichte voorlichting aan alle ouders van de school;
     • het aanleggen van - voor iedere persoon aan de school verbonden - toegankelijke, goede informatie over het  probleem pesten, met als speciaal

            aandachtspunt informatie voor de leerlingen;

            • het beschikbaar stellen van geld waarmee wordt bekostigd: de scholing van personeelsleden, lesmaterialen, lezingen en andere activiteiten voor ouders en voor de aanschaf van boeken en andere informatie;
            • samenwerking te zoeken en afspraken te maken met andere scholen in de buurt over de aanpak van het pesten;
            • het delen van de opgedane ervaringen met andere scholen.

De ondertekenaars verklaren zich in principe bereid tot deelname aan een tussentijdse evaluatie door de school binnen drie jaar.


Naam en plaats van de school:

Diamant College , den Haag

Getekend namens:

• Leerlingenraad:

• Ouderraad:

• Medezeggenschapsraad:

• Management Team: